ECLI:NL:RBAMS:2010:BM0982
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.M. van der Nat
- Rechtspraak.nl
Verlenging aanhouding opgeëiste persoon op grond van artikel 37 Overleveringswet
De rechtbank Amsterdam heeft op 26 februari 2010 uitspraak gedaan over de verlenging van de aanhouding van een opgeëiste persoon op grond van artikel 37 van Pro de Overleveringswet (OLW). De aanhouding was ingesteld met het oog op een voorlopige terbeschikkingstelling in Frankrijk. De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder dat de aanhouding ten onrechte was omdat de persoon al gedetineerd was en dat artikel 37 OLW Pro alleen aanhouding voor feitelijke overlevering toestaat.
De officier van justitie stelde dat artikel 37 OLW Pro, gelet op de ontlening aan artikel 40 van Pro de Uitleveringswet, ook aanhouding ten behoeve van voorlopige terbeschikkingstelling toestaat. De rechtbank oordeelde dat de opgeëiste persoon op het moment van aanhouding niet meer als gedetineerd kon worden beschouwd en dat de wetgever de bevoegdheid van de officier van justitie tot aanhouding in dit kader heeft beoogd. Misbruik van bevoegdheid werd niet vastgesteld.
De rechtbank benadrukte dat zij niet bevoegd is om te oordelen over de wenselijkheid van de overlevering of terbeschikkingstelling zelf. De termijn van aanhouding werd met tien dagen verlengd omdat niet werd verwacht dat de voorlopige terbeschikkingstelling binnen de zes dagen gerealiseerd zou worden. Het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de aanhouding op grond van artikel 37 OLW met tien dagen en wijst het verzoek tot schorsing af.