ECLI:NL:RBAMS:2010:BM1398
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Sj.A. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Opheffing executoriaal loonbeslag wegens rechtsverwerking na schuldsanering
Eiseres was hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor een doorlopend krediet samen met haar ex-echtgenoot. Na het faillissement en de schuldsanering van haar ex-echtgenoot werd eiseres geconfronteerd met een executoriaal loonbeslag door Direktbank.
Eiseres stelde dat Direktbank rechtsverwerking had gepleegd door jarenlang geen invordering te doen en haar niet tijdig te informeren dat zij aansprakelijk bleef ondanks de schuldsanering van haar ex-echtgenoot. Direktbank voerde aan dat zij gerechtigd was het vonnis uit 1993 uit te voeren en dat zij geen voorbehoud hoefde te maken.
De rechtbank oordeelde dat enkel tijdsverloop niet voldoende is voor rechtsverwerking, maar bijzondere omstandigheden zoals het gerechtvaardigd vertrouwen van eiseres dat de schuld niet meer werd gevorderd, wél. Gezien de langdurige inactiviteit van Direktbank en de misvatting van eiseres, was het niet uitgesloten dat de bodemrechter rechtsverwerking zou aannemen.
Daarom werd het loonbeslag opheven en de executie van het vonnis geschorst tot de bodemrechter uitspraak doet. Direktbank werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het loonbeslag wordt opgeheven en de executie van het vonnis geschorst wegens rechtsverwerking.