ECLI:NL:RBAMS:2010:BM1421
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens verblijf buiten gemeente Amsterdam
Verzoeker, een adresloze, ontving bijstand van de gemeente Amsterdam. Op 22 december 2009 meldde hij dat hij vanaf 15 december 2009 voor twee maanden in het huis van zijn zus in een andere gemeente zou verblijven. Verweerder trok daarop de bijstand met ingang van 15 december 2009 in, omdat verzoeker niet langer als dakloos werd beschouwd en geen recht meer had op bijstand van Amsterdam.
Verzoeker maakte bezwaar en stelde dat hij zijn woonplaats in Amsterdam had behouden en dat het verblijf in de andere gemeente kortstondig was. Hij voerde aan dat hij recht had op bijstand omdat hij zich desgewenst bij verweerder meldde. Ook stelde hij dat hij niet was gewaarschuwd dat verblijf buiten Amsterdam tot intrekking zou leiden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verblijf van twee maanden substantieel was en dat verzoeker daardoor woonplaats had in de andere gemeente. Hierdoor was de gemeente Amsterdam niet langer bevoegd bijstand te verlenen. De intrekking was daarom terecht en het beroep werd ongegrond verklaard. Het verzoek tot voorlopige voorziening en schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening en schadevergoeding wordt afgewezen.