ECLI:NL:RBAMS:2010:BM2247
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.A.A.G. de Vries
- Rechtspraak.nl
Geen wettelijke grondslag voor terugvordering bedrijfskapitaalleningen van echtgenote zelfstandige
Eiseres en haar echtgenoot, een zelfstandige taxiondernemer, ontvingen een rentedragende geldlening van €20.000 ter voorziening in bedrijfskapitaal op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz 2004). De gemeente Amsterdam vorderde de terugbetaling van deze lening mede van eiseres, omdat haar echtgenoot geen aflossingen verrichtte en onvindbaar was.
De rechtbank stelde vast dat eiseres niet als zelfstandige kan worden aangemerkt en dat het Bbz geen wettelijke grondslag biedt om de lening terug te vorderen van de echtgenoot van de zelfstandige. Artikel 59 van Pro de WWB, waarop verweerder zich beroept, is niet van toepassing op bedrijfskapitaalleningen, maar alleen op gezinsbijstand. De medeondertekening van de leningakte door eiseres schept slechts een contractuele verplichting, geen wettelijke.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Tevens veroordeelde zij verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De terugvordering van de lening dient uitsluitend te worden gericht aan de zelfstandige zelf, die het taxibedrijf nog steeds exploiteert.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het terugvorderingsbesluit en bepaalt dat de lening niet van de echtgenote van de zelfstandige kan worden teruggevorderd.