ECLI:NL:RBAMS:2010:BM2713
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.P.J. van Os van den Abeelen
- M.P. Verloop
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op vergunning voor onttrekken oppervlaktewater en vissterftebeperking bij nieuwe elektriciteitscentrale
Greenpeace stelde beroep in tegen de vergunning die aan E.ON werd verleend voor het onttrekken van oppervlaktewater en het lozen van afvalwater ten behoeve van de nieuwe kolengestookte elektriciteitscentrale Maasvlakte Power Plant 3 (MPP3). Eiseres betoogde dat het onderzoek naar vissterfte door koelwaterinname onvoldoende was en dat de technische maatregelen ter beperking van vissterfte niet afdoende waren.
De rechtbank stelde vast dat het onderzoek door het Rijksinstituut voor Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RIZA) was gebaseerd op een worstcase scenario en dat de meetresultaten van het Meetpol-project de theoretische conclusies onderschreven. De rechtbank oordeelde dat het voorafgaand onderzoek niet volledig feitelijk hoefde te zijn, maar dat het monitoringsonderzoek na ingebruikname een aanvullende zorgvuldigheidstoets vormt.
Verder concludeerde de rechtbank dat de vergunning zorgvuldig was voorbereid en dat de verplichtingen voor monitoring en mogelijke aanvullende maatregelen adequaat waren geregeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, zonder toekenning van proceskostenvergoeding aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep van Greenpeace tegen de vergunning voor onttrekking van oppervlaktewater is ongegrond verklaard.