ECLI:NL:RBAMS:2010:BM2726
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.P.J. van Os van den Abeelen
- M.P. Verloop
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen vergunning voor onttrekken en lozen oppervlaktewater bij elektriciteitscentrale
Greenpeace stelde dat het onderzoek naar vissterfte door het onttrekken van oppervlaktewater voor koeling van een nieuwe elektriciteitscentrale onvoldoende was en dat technische maatregelen ter beperking van vissterfte niet afdoende waren. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende onderzoek had verricht, waaronder advies van RIZA en een milieueffectrapportage, en dat de vergunning voorschriften bevatte voor nader onderzoek en mogelijke aanvullende maatregelen.
De rechtbank stelde vast dat de vergunningaanvraag en de wijzigingen zorgvuldig waren voorbereid en dat de onderzoeksresultaten na vergunningverlening beoordeeld en goedgekeurd moeten worden voordat lozing kan beginnen. Greenpeace had onvoldoende onderbouwd dat voorafgaand aan vergunningverlening feitelijk onderzoek had moeten plaatsvinden.
Verder concludeerde de rechtbank dat de cumulatieve effecten van meerdere centrales waren onderzocht en dat het koelsysteem voldeed aan de Beste Beschikbare Technieken. Greenpeace kon niet aantonen dat de vergunning in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel of andere wettelijke vereisten.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, zonder toekenning van proceskosten of griffierechtvergoeding. De uitspraak benadrukt dat na ingebruikname van de centrale nieuwe verzoeken tot wijziging of intrekking van de vergunning mogelijk zijn.
Uitkomst: Het beroep van Greenpeace tegen de vergunning en wijziging voor onttrekking en lozing van oppervlaktewater door RWE is ongegrond verklaard.