ECLI:NL:RBAMS:2010:BM5302
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.C.H. Blankevoort
- G.H. Marcus
- J.A.J. Peeters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in Passagezaak wegens onvoldoende aanwijzingen voor vooringenomenheid
In deze zaak heeft de verdachte een wrakingsverzoek ingediend tegen de leden van de meervoudige strafkamer die belast zijn met de behandeling van de Passagezaak. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid van de rechters in verband met de beoordeling van de verklaringen van de kroongetuige en de rechtmatigheid van de OM-deal en het TGB-traject.
De kroongetuige had aangevoerd dat zijn verklaringen en de overeenkomsten omtrent getuigenbescherming onrechtmatig tot stand waren gekomen, en verzocht om nader onderzoek en het horen van getuigen. De verdediging ondersteunde deze verzoeken en voerde aan dat de rechtbank onvoldoende acht had geslagen op de eerlijkheidsnotie en de verwerking van mogelijk onrechtmatig verkregen bewijs.
De rechtbank had eerder alle verzoeken tot nader onderzoek en het horen van getuigen afgewezen wegens gebrek aan begin van aannemelijkheid en omdat het TGB-traject volgens de rechtbank niet binnen het strafrechtelijk kader valt. De wrakingskamer oordeelde dat geen zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid van de rechters aanwezig waren en dat de bezwaren van de verdachte tegen de beslissingen niet leiden tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.
De wrakingskamer benadrukte dat het wrakingsinstrument niet bedoeld is om onwelgevallige beslissingen inhoudelijk te toetsen, maar slechts om te beoordelen of de rechterlijke onpartijdigheid in het geding is. Het wrakingsverzoek is daarom afgewezen en de behandeling van de strafzaken wordt hervat in de stand van zaken ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.