ECLI:NL:RBAMS:2010:BM6497
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestaan overlevering wegens verduistering op basis van Europees aanhoudingsbevel
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een Poolse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Regional Court in Opole, Polen. De verdachte werd verdacht van het verduisteren van drie verdampingsapparaten die aan een derde toebehoorden. De rechtbank kwalificeerde het feit naar Nederlands recht als verduistering, waarvoor een vrijheidsstraf van ten minste twaalf maanden staat.
De raadsman van de verdachte voerde aan dat de kwalificatie onjuist was en dat de overlevering disproportioneel zou zijn, mede omdat in Polen slechts een geldboete of een voorwaardelijke straf zou worden opgelegd. Ook werd gewezen op mogelijke schendingen van de artikelen 5 en 6 EVRM vanwege de lange duur van voorlopige hechtenis in Polen. De rechtbank verwierp deze verweren, benadrukkend dat het stelsel van de Overleveringswet (OLW) uitgaat van wederzijds vertrouwen tussen lidstaten en dat disproportionaliteit slechts onder bijzondere omstandigheden kan worden aangenomen.
De rechtbank concludeerde dat het feit zowel naar Pools als Nederlands recht strafbaar is met een minimale straf van twaalf maanden gevangenisstraf, en dat geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd die de overlevering onevenredig zouden maken. De overlevering werd daarom toegestaan, waarbij werd opgemerkt dat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe wegens verduistering.