ECLI:NL:RBAMS:2010:BM6728
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.J. Bongers-Scheijde
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen niet-ontvankelijk verklaring WAO-uitkeringsaanvraag te laat ingediend
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om zijn aanvraag voor een WAO-uitkering buiten behandeling te stellen. De dochter van eiser diende namens hem een bezwaarschrift in, dat volgens haar tijdig op 20 maart 2009 was verzonden. Verweerder stelde echter vast dat het bezwaarschrift pas op 30 maart 2009 ter post was bezorgd, na de uiterste termijn van 25 maart 2009.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat het bezwaarschrift binnen de termijn ter post is bezorgd. De enkele stelling van de dochter was onvoldoende om de poststempel te weerleggen. Ook was er geen sprake van verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding, aangezien geen omstandigheden waren gesteld die het verzuim konden rechtvaardigen.
Verder overwoog de rechtbank dat verweerder terecht kon afzien van het horen van eiser, omdat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaarschrift niet tijdig ter post is bezorgd en geen verschoonbare termijnoverschrijding is aangetoond.