ECLI:NL:RBAMS:2010:BM6992
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens polisuitsluiting rijden op circuit
De zaak betreft een verzekerde die een exclusieve autoverzekering had afgesloten bij Chubb voor zijn Ferrari. Op 2 oktober 2007 nam hij deel aan een circuitdag op het TT-circuit in Assen, waarbij hij een ongeval kreeg en schade aan zijn auto ontstond. De verzekerde had echter vooraf geen toestemming gevraagd of verkregen van de verzekeraar voor het rijden op het circuit, zoals vereist in artikel 25.9 van de polisvoorwaarden.
De verzekerde stelde dat artikel 25.9 onredelijk bezwarend was en vernietigbaar, of dat de redelijkheid en billijkheid een derogerende werking moesten hebben, omdat hij meende dat hij voldeed aan de voorwaarde van begeleiding en dat het niet vragen van toestemming onredelijk was. Ook voerde hij aan dat het beroep van de verzekeraar op de polisuitsluiting misbruik van recht zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat artikel 25.9 een kernbeding is en niet als algemene voorwaarde kan worden vernietigd wegens onredelijkheid. De voorwaarde dat vooraf toestemming moet worden gevraagd is gerechtvaardigd gezien het grote risico en de relatief lage premie. Het niet vragen van toestemming kan de verzekerde worden tegengeworpen, ook al heeft hij de financiële gevolgen daarvan. Het beroep op misbruik van recht werd verworpen. De stelling dat de assurantietussenpersoon een andere uitleg had gegeven, werd niet gevolgd.
De rechtbank concludeerde dat geen dekking bestond voor de schade omdat geen toestemming was verleend en wees de vordering af. Tevens werd de verzekerde veroordeeld in de proceskosten van de verzekeraar.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens het ongeval op het circuit wordt afgewezen wegens het ontbreken van voorafgaande toestemming volgens de polisvoorwaarden.