ECLI:NL:RBAMS:2010:BM8167
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- T.P.J. de Graaf
- Rechtspraak.nl
Vernietiging tijdelijk huisverbod wegens onvoldoende motivering en onjuiste risicotaxatie
De rechtbank Amsterdam heeft op 22 maart 2010 uitspraak gedaan in een zaak waarin een tijdelijk huisverbod aan een man was opgelegd wegens vermeend huiselijk geweld jegens zijn vrouw en stiefzoon. De man had tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De rechter oordeelde dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat de gebruikte risicotaxatie onjuist was toegepast.
De feiten betreffen een incident op 16 maart 2010 waarbij de vrouw een blauw oog opliep en aangifte deed van mishandeling. De stiefzoon deed eveneens aangifte van mishandeling en bedreiging. De man erkende enkele feiten, maar betwistte de ernst en sommige beschuldigingen, zoals verkrachting en bedreiging. Het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld (RiHG) werd door de hulpofficier van justitie ingevuld en vormde de basis voor het huisverbod.
De rechtbank stelde vast dat het huisverbod uitsluitend was gebaseerd op de aangiften van de vrouw en stiefzoon, terwijl de man deze feiten betwistte en er geen aanvullend bewijs was. De risicotaxatie bleek fouten te bevatten, waardoor het risico onterecht als hoog werd ingeschat. De rechter concludeerde dat het besluit niet voldeed aan het vereiste van een deugdelijke motivering zoals neergelegd in artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat nader onderzoek niet bijdroeg aan de beoordeling.
De rechtbank veroordeelde de gemeente tot betaling van proceskosten aan de man. Het beroep werd gegrond verklaard en het huisverbod vernietigd.
Uitkomst: Het tijdelijk huisverbod is vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel en onjuiste risicotaxatie.