ECLI:NL:RBAMS:2010:BM8238
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.A.J. Peeters
- Rechtspraak.nl
Herbegroting advocatendeclaraties met matiging wegens doelmatigheid en informatieplicht
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot herbegroting van door de Raad van Toezicht (RvT) begrote advocatendeclaraties over de periode juni 2006 tot juni 2008. De verzoeker, een advocaat, had meerdere dossiers ingediend ter begroting van zijn declaraties jegens verweerders, die grotendeels niet verschenen en bezwaren hadden ingediend via hun raadsman.
De RvT had een matiging toegepast op de door verzoeker opgegeven uren en een gemiddeld uurtarief gehanteerd. Verzoeker betwistte enkele aspecten van de begroting, waaronder het ontbreken van einddeclaraties, de samenvoeging van dossiers en de doelmatigheid van zijn werkzaamheden. De rechtbank constateerde dat de RvT deskundig was en dat slechts bij duidelijke omissies of onjuistheden een nadere vaststelling kon plaatsvinden.
De rechtbank oordeelde dat de advocaat zijn cliënten onvoldoende schriftelijk had geïnformeerd over oplopende kosten, mede door het ongeordend aanleveren van stukken door de cliënten. Ook werd de tijd voor correspondentie als bovenmatig beoordeeld. Werkzaamheden zoals het inboeken van dossiers vielen onder de kantooropslag en mochten niet tegen het advocatuurtarief worden gedeclareerd. De rechtbank matigde de declaraties dienovereenkomstig.
Omdat in meerdere dossiers nog geen einddeclaratie was verzonden, kon geen bevelschrift tot betaling worden afgegeven. Verzoeker werd niet ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot afgifte van een bevelschrift, maar kon dit later alsnog aanvragen zodra einddeclaraties waren ingediend. De rechtbank benadrukte dat bij betwisting van de opdracht de civiele rechter hierover moet oordelen.
De beschikking geeft een gedetailleerde analyse per dossier, waarbij uren en kosten zijn herberekend en gematigd. De rechtbank bevestigde het belang van duidelijke communicatie over kosten en doelmatige werkwijzen in de advocatuur.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om afgifte van een bevelschrift wegens het ontbreken van einddeclaraties, met matiging van de declaraties.