ECLI:NL:RBAMS:2010:BM8471
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid verkoper voor funderingsgebreken bij koop appartement te Amsterdam
In deze civiele procedure vordert eiser ([A]) schadevergoeding van gedaagde ([B]) wegens funderingsgebreken aan een appartement te Amsterdam. [A] stelde dat de fundering bij levering ernstig gebrekkig was, waardoor het appartement niet aan de overeenkomst voldeed. [B] voerde verweer met onder meer het betoog dat [A] niet tijdig had geklaagd en dat de gebreken het gevolg waren van normale slijtage.
De rechtbank stelde vast dat de klachttermijn van artikel 7:23 BW Pro begon te lopen toen [A] kennis droeg van het rapport over de fundering, namelijk op 4 februari 2004. Omdat [A] binnen circa vier maanden daarna schriftelijk aansprakelijk stelde, achtte de rechtbank de klacht tijdig. Vervolgens oordeelde de rechtbank dat de fundering ten tijde van de levering op 27 februari 2002 reeds gebrekkig was en dat dit gebrek aan normaal gebruik in de weg stond, zodat sprake was van non-conformiteit.
De toerekenbaarheid van het gebrek aan [B] werd aangenomen, mede omdat de funderingsproblemen voor risico van [B] kwamen en [B] onvoldoende feiten had gesteld die het tegendeel bewezen. Het verweer van [B] dat hij niet in verzuim was, werd verworpen. Het beroep van [B] op exoneratieclausules werd toegestaan, maar [A] kreeg gelegenheid hierop te reageren. De omvang van de schade wordt nader bepaald in een schadestaatprocedure.
De rechtbank wees het verzoek van [B] om een nieuwe schriftelijke ronde af en besloot de verdere beslissing aan te houden. Het vonnis werd gewezen door mr. G. de Groot en op 7 april 2010 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de klacht over funderingsgebreken tijdig is gemeld en dat de verkoper aansprakelijk is wegens non-conformiteit, maar de omvang van de schade wordt nader bepaald.