ECLI:NL:RBAMS:2010:BM8473
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Vrakking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering Pathé wegens niet tijdig protest en ingebrekestelling tegen DHV in bouwgeschil
Pathé Theatres B.V. heeft DHV B.V. aansprakelijk gesteld wegens wanprestatie in de advisering en berekeningen rond de constructie van een bioscoopcomplex, specifiek met betrekking tot een getordeerde stalen ligger en mogelijke dwarsbuiging. De rechtbank onderscheidt het probleem van de getordeerde ligger, dat als een uitvoeringsprobleem wordt gezien, van het latere dwarsbuigingsprobleem.
Pathé stelde dat DHV tekort is geschoten in haar berekeningen en in de reactie op signalen van de aannemer. DHV verweerde zich met het formele verweer dat Pathé niet binnen de in artikel 16 lid 8 RVOI Pro gestelde termijnen schriftelijk en gemotiveerd heeft geprotesteerd, noch een ingebrekestelling heeft gedaan, waardoor haar bevoegdheid om aanspraak te maken op tekortkomingen is vervallen.
De rechtbank oordeelt dat de brief van 24 augustus 2006 van Pathé geen geldig protest vormt en dat geen ander schriftelijk protest is gesteld of gebleken. Ook is niet aannemelijk dat een protest of ingebrekestelling zinloos zou zijn geweest. Het beroep van DHV op de formele vereisten van de RVOI wordt daarom niet onaanvaardbaar geacht. De vorderingen van Pathé worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering Pathé tegen DHV wordt afgewezen wegens niet tijdig protest en ingebrekestelling conform artikel 16 RVOI.