ECLI:NL:RBAMS:2010:BM8878
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid assurantietussenpersoon voor onderverzekering en inboedelschade na brand
De zaak betreft een geschil tussen [A], eigenaar van een woonboerderij, en [B], zijn assurantietussenpersoon, over aansprakelijkheid wegens onderverzekering en niet-uitgekeerde inboedelschade na een brand die de woning volledig verwoestte.
[A] had een woonhuisverzekering met Nationale Nederlanden waarbij de woning en inboedel waren verzekerd. Na de brand in oktober 2007 stelde Nationale Nederlanden de schade op basis van herbouwwaarde vast, maar keerde vanwege onderverzekering slechts een deel uit op basis van verkoopwaarde. [A] vordert van [B] vergoeding van het verschil en de niet-uitgekeerde inboedelschade, stellende dat [B] zijn zorgplicht als assurantietussenpersoon heeft geschonden door onvoldoende te controleren of de verzekerde som nog toereikend was en door onjuiste communicatie over de inboedelverzekering.
De rechtbank stelt vast dat [B] verantwoordelijk is voor het juist vaststellen en periodiek toetsen van de herbouwwaarde en dat hij tekort is geschoten in deze zorgplicht. Verweer dat [A] als professional eigen schuld draagt wordt verworpen, evenals het betoog dat het causaal verband ontbreekt. Voor de inboedelschade geldt dat [A] moet bewijzen dat hij [B] opdracht gaf de verzekering van de achtergebleven inboedel voort te zetten. De rechtbank beveelt bewijslevering en staat tussentijds hoger beroep toe, waarbij verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De assurantietussenpersoon is tekortgeschoten in zijn zorgplicht en mogelijk aansprakelijk voor schade door onderverzekering en onjuiste inboedelverzekering; bewijslevering wordt bevolen en verdere beslissing aangehouden.