ECLI:NL:RBAMS:2010:BN0311
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid overeenkomst tandheelkundige behandeling wegens vormvereisten Duits recht
De zaak betreft een vordering van een Duitse tandheelkundige kliniek, Praxisgemeinschaft, tegen een Nederlandse patiënt voor betaling van tandheelkundige behandelingen uitgevoerd in Duitsland. De patiënt had de facturen niet voldaan en de kliniek vorderde betaling van ruim 9.500 euro.
De rechtbank stelt vast dat op grond van het EVO-Verdrag Duits recht van toepassing is, omdat de kenmerkende prestatie in Duitsland heeft plaatsgevonden. Volgens het Duitse recht, met name de GOZ en het BGB, moet een overeenkomst waarbij het tarief meer dan 3,5 keer het basistarief bedraagt schriftelijk worden vastgelegd en door beide partijen ondertekend zijn, anders is de overeenkomst nietig.
De kliniek stelde dat het Heil- und Kostenplan (HKP) als schriftelijke overeenkomst geldt, maar dit document was niet door beide partijen ondertekend. De rechtbank concludeert daarom dat geen rechtsgeldige overeenkomst tot stand is gekomen en wijst de vordering van de kliniek af. De patiënt krijgt proceskosten toegewezen en de reconventie wordt niet behandeld omdat de voorwaarde niet is vervuld.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de tandheelkundige kliniek af wegens nietigheid van de overeenkomst.