ECLI:NL:RBAMS:2010:BN0335
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige plaatsing tuinhuis en geschil over erfdienstbaarheid voetpad
De zaak betreft een geschil tussen buren over de uitoefening van een erfdienstbaarheid van voetpad en de plaatsing van een tuinhuis en schutting. [A] vordert herstel van het voetpad langs de noordelijke gevel en verwijdering van het tuinhuis en de schutting, stellende dat deze onrechtmatig zijn en hinder veroorzaken.
De rechtbank stelt vast dat het recht van voetpad volgens de akte van 1983 langs de zuidgrens van het perceel van [B] c.s. loopt, zoals feitelijk ook is afgeschermd. Het beroep van [A] op verkrijgende en bevrijdende verjaring voor een tweede voetpad langs de noordelijke gevel faalt, mede door het ontbreken van goed vertrouwen en het overgangsrecht.
Ten aanzien van de hinder oordeelt de rechtbank dat het tuinhuis significant licht en uitzicht wegneemt en daardoor onrechtmatige hinder veroorzaakt, terwijl het raster dit niet doet. De rechtbank beveelt verplaatsing van het tuinhuis binnen twee maanden en legt een dwangsom op. De vorderingen van [A] over het voetpad worden afgewezen, evenals de vorderingen in reconventie van [B] c.s.
Uitkomst: Vordering tot herstel voetpad afgewezen; tuinhuis onrechtmatig geplaatst en moet worden verplaatst binnen twee maanden.