ECLI:NL:RBAMS:2010:BN1034
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Omzetting buitenlandse gevangenisstraf invoer cocaïne met afwijking eis wegens beleidswijziging
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot tenuitvoerlegging van een Spaanse gevangenisstraf van 9 jaar en 1 dag wegens invoer van ruim 4 kilo cocaïne. De veroordeelde werd in Spanje gedetineerd en vervolgens overgebracht naar Nederland, waar hij direct in vrijheid werd gesteld. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 54 maanden, hoger dan voorheen, vanwege een recente beleidswijziging die een hogere straf in Nederland mogelijk maakt.
De rechtbank oordeelde dat de beleidswijziging niet op de veroordeelde van toepassing is, omdat hij instemde met zijn overbrenging en direct werd vrijgelaten, wat hem het recht gaf te vertrouwen op een strafomzetting conform eerdere gevallen. Daarom werd afgeweken van de eis en een gevangenisstraf van 41 maanden opgelegd, hoger dan gebruikelijk in Nederland maar lager dan de Spaanse straf.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de persoon van de veroordeelde, en het feit dat hij geen eerdere strafbare feiten had. De tijd die de veroordeelde in Spanje en tijdens overbrenging in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, wordt in mindering gebracht op de opgelegde straf. De tenuitvoerlegging van het buitenlandse vonnis werd toelaatbaar verklaard.
Uitkomst: De rechtbank legt een gevangenisstraf van 41 maanden op met aftrek van reeds uitgezeten tijd en verklaart de tenuitvoerlegging van het Spaanse vonnis toelaatbaar.