ECLI:NL:RBAMS:2010:BN2251
Rechtbank Amsterdam
- Raadkamer
- R.E.A. Toeter
- M.A.E. de Jong-Overtoom
- J. Candido
- Rechtspraak.nl
Opheffing beslag op schilderijen en beelden wegens onrechtmatige beslaglegging
In deze zaak is een klaagschrift ingediend tegen het beslag op 23 schilderijen en 6 beelden in de woning van klaagster. Een van de voorwerpen behoort toe aan de kinderen van klaagster, waardoor zij ten aanzien van dat voorwerp niet ontvankelijk is in haar klaagschrift.
De rechtbank onderzocht of het beslag terecht was gelegd op grond van artikel 94a, derde lid, Wetboek van Strafvordering (Sv), het zogenoemde ander-beslag. Uit het proces-verbaal conservatoir beslag blijkt dat het beslag als ander-beslag is gelegd, maar de vereisten daarvoor zijn niet vervuld. Het Openbaar Ministerie heeft nagelaten deze omissie te herstellen.
De rechtbank oordeelt dat het proces-verbaal conservatoir beslag, waarin sprake is van ander-beslag, leidend is en dat de beslaglegging onrechtmatig is. Daarom wordt het klaagschrift ten aanzien van de overige voorwerpen gegrond verklaard en wordt het beslag opgeheven met uitzondering van het schilderij dat aan de kinderen van klaagster toebehoort.
De rechtbank beveelt teruggave van de voorwerpen aan klaagster en acht het Openbaar Ministerie gehouden het schilderij aan de rechthebbenden te retourneren. De beslissing is genomen door een meervoudige raadkamer op 21 juli 2010.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt gegrond verklaard en het beslag op de schilderijen en beelden wordt opgeheven, met uitzondering van het voorwerp dat toebehoort aan de kinderen van klaagster.