ECLI:NL:RBAMS:2010:BN2410
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th. van der Windt
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar splitsingsvergunning afgewezen
Eiser, huurder van een appartement in een pand met een splitsingsvergunning, maakte bezwaar tegen deze vergunning omdat volgens hem ten onrechte geen voorwaarden aan de vergunning waren verbonden. Tevens stelde eiser dat verweerder geen inspectie had verricht aan het pand. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat eiser geen belanghebbende zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat een splitsingsvergunning een publiekrechtelijke toestemming is om een pand om te zetten in appartementsrechten en dat deze vergunning het woonrecht van eiser niet wijzigt. De aan een splitsingsvergunning verbonden voorwaarden zijn bedoeld om verkrotting van woningen te voorkomen en niet om het woongenot van huurders te verbeteren. Omdat verweerder geen voorwaarden stelde, is eiser niet rechtstreeks in zijn belangen geraakt.
Eisers stelling dat het splitsen vaak leidt tot beëindiging van huurovereenkomsten verandert hier niets aan, omdat hij andere rechtsmiddelen heeft om een eventuele beëindiging aan te vechten. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat hij niet rechtstreeks in zijn belangen is geraakt.