ECLI:NL:RBAMS:2010:BN2426
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen schorsing rijbewijs wegens twijfel aan rijgeschiktheid niet-ontvankelijk
Eiseres werd door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verplicht mee te werken aan een onderzoek naar haar rijgeschiktheid en haar rijbewijs werd geschorst totdat over de geldigheid ervan zou worden beslist. Tegen dit besluit stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank stelde vast dat het rijbewijs van eiseres inmiddels ongeldig was verklaard bij een besluit waartegen geen rechtsmiddel meer mogelijk was, waardoor dit besluit in rechte onaantastbaar was geworden. Hierdoor was het beoogde doel van het beroep, namelijk opheffing van de schorsing, niet meer haalbaar.
De rechtbank oordeelde dat eiseres daardoor geen belang meer had bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep tegen de schorsing. Gezien de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de schorsing van haar rijbewijs wordt niet-ontvankelijk verklaard.