ECLI:NL:RBAMS:2010:BN3016

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 10/2849 BESLU
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • Y.A.A.G. de Vries
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 1:1 AwbArt. 2 WbpArt. 35 WbpArt. 45 Wbp
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om afschrift dossier op grond van Wet bescherming persoonsgegevens

Een advocaat heeft bij de Deken van de Orde van Advocaten verzocht om een afschrift van zijn dossier over de periode vanaf 1 maart 2010. De Deken wees dit verzoek af met het argument dat het dossier geen persoonsgegevens bevat die onder de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) vallen, omdat het dossier niet bestemd is om in een bestand te worden opgenomen.

De advocaat stelde vervolgens een verzoek tot voorlopige voorziening in bij de rechtbank Amsterdam. De voorzieningenrechter oordeelde dat de brief van 17 mei 2010 als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan worden aangemerkt en dat het verzoek valt onder artikel 35 van Pro de Wbp. De rechtbank bevestigde dat de Deken als bestuursorgaan kan worden aangemerkt.

De voorzieningenrechter zag echter geen aanleiding om het standpunt van de Deken te verwerpen dat sinds 1 maart 2010 geen persoonsgegevens over verzoeker zijn verwerkt. Ook was er geen sprake van een spoedeisend belang, zodat het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.

Ten overvloede merkte de voorzieningenrechter op dat een verzoek om verstrekking van alle stukken waarin de naam van verzoeker voorkomt niet als een Wbp-verzoek kan worden aangemerkt. Desondanks heeft de Deken een inventarislijst van dergelijke stukken overgelegd en toegezegd ontbrekende stukken alsnog te verstrekken. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is onherroepelijk.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot afgifte van een afschrift van het dossier wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Sector Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 10/2849 BESLU
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker],
advocaat te [woonplaats],
gevestigd te [vestigingsplaats],
verzoeker,
en
de Deken van de Orde van Advocaten in het Arrondissement Amsterdam,
verweerder,
gemachtigde mr. S. Levelt.
Procesverloop
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening. Dit verzoek hangt samen met het door verzoeker ingediende bezwaar tegen het besluit van verweerder van 17 mei 2010.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 6 juli 2010.
Verzoeker is verschenen. Aan de zijde van verweerder is naast bovengenoemde gemachtigde mr. G.J. Kemper en [vertegenwoordiger verweerder] verschenen.
Overwegingen
1. Bij brief van 7 mei 2010 heeft verzoeker verweerder verzocht om een afschrift uit zijn dossier/persoonsregistratie bij de Orde, over de periode vanaf 1 maart 2010.
2. Bij brief van 17 mei 2010 heeft verweerder afwijzend op dit verzoek besloten. Hiertoe heeft verweerder overwogen dat het enige dat sinds 1 maart 2010 binnen is gekomen betrekking heeft op de door verzoeker tegen [naam] ingediende klacht en het bijbehorende verzoek tot bemiddeling. Een en ander was bewaard in een dossier dat feitelijk noch naar de aard van de inhoud deel uitmaakt van een bestand en ook niet bestemd is om in enig bestand te worden opgenomen. Het dossier valt mitsdien buiten het bereik van de Wet bescherming persoonsgegevens. Verweerder verwijst hiertoe naar de uitspraak van de Hoge Raad van 3 juni 2005 (te vinden op www.rechtspraak.nl onder LJ-nummer:AT1093).
3. Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de brief niet betrekking heeft op persoonsgegevens als bedoeld in artikel 2 van Pro de Wbp zodat geen sprake is van een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Ter zitting heeft verzoeker aangegeven dat zijn verzoek om stukken is gebaseerd op de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: Wbp).
Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter (hierna: de rechter) kan de brief van 17 mei 2010 worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb. Het verzoek kan worden aangemerkt als een verzoek als bedoeld in artikel 35 van Pro de Wbp, en verweerder is aan te merken als een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb, zodat is voldaan aan het bepaalde in artikel 45 van Pro de Wbp.
4. In het bestreden besluit heeft verweerder aangegeven dat sedert 1 maart 2010 geen persoonsgegevens over verzoeker zijn verwerkt sedert 1 maart 2010. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding dit standpunt onjuist te achten. Nu evenmin sprake is van een spoedeisend belang, zal het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen.
5. Ten overvloede merkt de voorzieningenrechter op dat een verzoek om verstrekking van alle stukken waarin de naam van verzoeker wordt genoemd dan wel die op hem betrekking hebben, naar voorlopig oordeel niet kan worden aangemerkt als een verzoek als bedoeld in artikel 35 van Pro de Wbp. Niettemin heeft verweerder een inventarislijst van die stukken overgelegd. Eerst ter zitting heeft verzoeker aangegeven dat hij niet beschikt over bepaalde stukken van de inventarislijst. Ter zitting is door verweerder toegezegd dat deze stukken zullen worden bezien en alsnog aan verzoeker zullen worden verstrekt.
6. Voor een proceskostenvergoeding of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.A.A.G. de Vries, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.R. de Savornin Lohman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2010.
de griffier de voorzieningenrechter
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Afschrift verzonden op:
D: B
SB