Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2010:BN3320

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
4 augustus 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
466566 / HA RK 10-1476
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:162 WftArt. 3:195 lid 1 sub b WftArt. 3:195 lid 2 WftArt. 3:196 WftArt. 3:198 lid 2 sub g Wft
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot verkorting duur verzekeringsovereenkomsten International Insurance Corporation

De rechtbank Amsterdam heeft op 4 augustus 2010 besloten om de bewindvoerders van International Insurance Corporation N.V. (IIC) een bijzondere machtiging te verlenen voor het verkorten van de duur van alle lopende verzekeringsovereenkomsten tot 31 augustus 2010 24.00 uur. Dit verzoek volgde op de constatering dat overdracht van de verzekeringsportefeuille aan andere verzekeraars niet mogelijk was vanwege het negatieve eigen vermogen van IIC en het verlieslatende karakter van de portefeuille.

De rechtbank oordeelde dat beëindiging van de lopende verzekeringen noodzakelijk was in het belang van zowel de verzekerden als de gezamenlijke schuldeisers. Voortzetting zou leiden tot oplopende verliezen en verminderde kans op volledige schade-uitkering voor verzekerden. De bewindvoerders hadden de verzekerdengegevens per land verkocht aan andere verzekeraars, die aanbiedingen zullen doen voor nieuwe verzekeringen.

Ten aanzien van premierestitutie stelde de rechtbank dat deze voortvloeit uit de aard van de verzekeringsovereenkomst en wettelijke bepalingen, maar wees een aparte verklaring voor recht af omdat dit recht al rechtstreeks bestaat. De rechtbank bepaalde ook de wijze van publicatie van de beëindiging van de verzekeringen in diverse dagbladen en gaf aanbevelingen voor communicatie met verzekerden via e-mail en SMS, waarbij een brief alleen aan die polishouders wordt geadviseerd die niet via de andere kanalen bereikt kunnen worden.

Uitkomst: De rechtbank verleent de bewindvoerders toestemming om de duur van alle lopende verzekeringsovereenkomsten van IIC te verkorten tot 31 augustus 2010.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Sector civiel recht
zaaknummer / rekestnummer: 466566 / HA RK 10-1476
Beschikking van 4 augustus 2010
op het op 27 juli 2010 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschrift ex artikel 3:195 lid 1 sub b van Pro de Wet op het financieel toezicht (Wft) van de bewindvoerders mr. M. Pannevis en drs. P.H.M. Versteeg in de op 24 juni 2010 uitgesproken noodregeling van:
de naamloze vennootschap
INTERNATIONAL INSURANCE CORPORATION N.V.,
statutair gevestigd te Amsterdam,
gevestigd te 1096 EB Amsterdam, Entrada 123,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te Amsterdam onder nummer 32069899,
- hierna te noemen: IIC.
1. VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Het verzoek is behandeld op een niet openbare terechtzitting als bedoeld in artikel 3:162 lid 2 Wft Pro. Ter zitting zijn verschenen:
- mr. M. Pannevis bewindvoerder,
- zijn kantoorgenote mw. mr. E.J. Harderwijk,
- mr. A.J. Haasjes, namens De Nederlandsche Bank (hierna: DNB),
- de heer [naam 1], namens DNB,
- de heer [naam 2], namens DNB,
- de heer [naam 3], namens de Autoriteit Financiële Markten (hierna: de AFM),
- de heer [naam 4], bestuurder van IIC.
De bewindvoerder heeft het verzoek toegelicht. DNB en AFM en IIC hebben verklaard in te stemmen met het verzoek.
De rechtbank heeft op 4 augustus te 10.30 uur mondeling uitspraak gedaan inzake het in het verzoekschrift onder 1 verzochte. Dit is toegewezen zoals verzocht, onder de mededeling dat deze uitspraak nog op schrift wordt gesteld en dat in die schriftelijke uitspraak ook zal worden beslist op de verzoeken onder 2. Dit gebeurt in deze uitspraak.
2. HET VERZOEK
De bewindvoerders hebben de rechtbank verzocht:
1. hen een bijzondere machtiging te verlenen die strekt tot verkorting van de duur van alle door IIC als verzekeraar gesloten verzekeringsovereenkomsten, één en ander zoals bedoeld in artikel 3:195 lid 1 sub b Wft Pro en wel zo dat die polissen eindigen op 31 augustus 2010 om 24.00 uur;
2. te bepalen:
a. dat alle verzekerden bij het einde van hun verzekeringen aanspraak houden op pro rato restitutie van de verzekeringspremies betaald ten behoeve van de verzekeringsdekking in de periode na het einde van de verzekeringen;
b. dat de bewindvoerders, indien zij gebruik maken van deze machtiging, (i) het einde van de verzekeringen zo spoedig mogelijk zullen publiceren in de media vermeld in de beschikking van 2 juli 2010 en op de Ineas website, en (ii) alle verzekerden zo spoedig mogelijk zullen informeren omtrent het einde van de verzekeringen, ten minste tweemaal per e-mail met gebruikmaking van de bij IIC laatst bekende e-mailadressen, en tweemaal per SMS-bericht met gebruikmaking van de bij IIC laatst bekende telefoonnummers.
3. GRONDEN VAN DE BESLISSING
3.1. De bewindvoerders hebben moeten vaststellen dat het niet mogelijk is geweest de verzekeringsportefeuille van IIC aan één of meer andere verzekeraars over te dragen op de wijze als bepaald in de Wft, te weten als geheel van uit de lopende verzekeringsovereenkomsten voortvloeiende rechten en verplichtingen, nu het IIC ontbreekt aan het daarvoor benodigde vermogen. IIC is niet in staat de wettelijk voorgeschreven reserves (de technische voorziening als bedoeld in art. 3:196 Wft Pro) aan een overnemende partij over te dragen, nu zij een negatief eigen vermogen heeft.
Ook hebben de bewindvoerders geconstateerd dat de verzekeringsportefeuille verlieslatend is. Zij komen tot de conclusie dat beëindiging van de lopende verzekeringen op de wijze als in art. 3:195 Wft Pro bepaald de enige mogelijkheid is en thans (ook) geboden is.
DNB, de AFM en de bestuurder van IIC hebben zich op het standpunt gesteld dat de gevraagde machtiging moet worden verleend. De AFM heeft bepleit dat alle verzekerden tevens per brief, derhalve niet alleen per e-mail en per SMS-bericht, worden geïnformeerd over de duurverkorting.
3.2. De rechtbank is van oordeel dat gezien de genoemde bevindingen van de bewindvoerders het verzoek als onder 1 vermeld dient te worden toegewezen en zij heeft op 4 augustus 2010 dienovereenkomstig beslist. Gezien de ontstane situatie is een beëindiging van de polissen noodzakelijk, omdat het voortduren van de verzekeringen leidt tot oplopende verliezen bij IIC en voor de verzekerden betekent dat hun kans op (volledige) betaling bij schade afneemt. De beëindiging van de lopende verzekeringen is daarom zowel in het belang van IIC, althans de gezamenlijke schuldeisers, als in het belang van de verzekerden. Voor hen ontstaat daarmee immers de mogelijkheid om hun risico bij een andere verzekeraar onder te brengen, waar in geval van schade wel een volledige uitkering kan worden verwacht.
De bewindvoerders hebben laten weten dat zij de gegevens van de verzekerden per land aan een andere verzekeraar hebben verkocht, zodat alle verzekerden van IIC een aanbieding van een nieuwe verzekeraar zullen ontvangen. De verzekeraars betalen daarvoor een basisbedrag aan IIC alsmede een vergoeding per gesloten polis. Het staat de verzekerden van IIC echter ook vrij een andere verzekeraar te kiezen. Deze verkoop vereist de onderhavige duurverkorting. Ook op deze grond is de duurverkorting in het belang van de gezamenlijke schuldeisers; zonder duurverkorting zijn de verzekeringsportefeuilles van IIC geheel waardeloos, terwijl thans een zekere opbrengst kan worden gerealiseerd.
3.3. Ten aanzien van het onder 2 sub a verzochte oordeelt de rechtbank als volgt.
De bewindvoerders hebben in hun verzoekschrift opgemerkt dat onduidelijk is of verkorting van de verzekering leidt tot premierestitutie. Ter zitting heeft de bewindvoerder betoogd dat dat premierestitutie dient plaats te vinden en dat dit is bedoeld in art. 3:198 lid 2 onder Pro g Wft en 213m lid 2 onder g Faillissementswet (Fw).
De rechtbank is van oordeel dat de verkorting van de duur van de verzekeringen op grond van de te verlenen machtiging inderdaad grond geeft voor premierestitutie. In de eerste plaats is dat af te leiden uit de aard van de verzekeringsovereenkomst als wederkerige overeenkomst. Ook uit het systeem van de wet vloeit dit voort, al is duurverkorting op grond van de Wft in titel 7.17 van het Burgerlijk Wetboek (BW) als zodanig niet expliciet geregeld; de rechtbank wijst op het bepaalde in artikel 7:939 BW Pro, waaruit premieresitutie in een wel geregeld geval (tussentijdse opzegging door de verzekeraar) voortvloeit. Ten slotte kan ook uit het door de bewindvoerder genoemde preferentieschema in art. 3:198 lid 2 onder Pro g Wft en 213m lid 2 onder g Fw worden afgeleid dat verkorting van de duur van de polissen als bedoeld in art. 3:195 Wft Pro ertoe leidt dat de vooruitbetaalde premie die betrekking heeft op de periode na de beëindiging van de verzekering door duurverkorting moet worden beschouwd als een betaling ‘waaraan de rechtsgrond is komen te ontvallen’.
Het voorafgaande betekent evenwel niet dat het verzochte onder 2 sub a kan worden toegewezen, dan wel een verklaring voor recht met die strekking, zoals ter zitting aan de orde is gekomen. De rechtbank is van oordeel dat daarvoor geen rechtsgrond bestaat, nu de Wft geen bevoegdheid aan de rechtbank toekent op dit punt een bepaling te treffen, terwijl er bovendien geen belang is voor de bewindvoerders bij deze bepaling, omdat het recht op premierestitutie reeds rechtstreeks uit de hiervoor besproken bepalingen voortvloeit.
3.4. Ten aanzien van het onder 2 sub b verzochte zal de rechtbank op grond van het bepaalde in artikel 3:195 lid 2 jo Pro 3:162 lid 5 Wft de dagbladen aanwijzen waarin de onderhavige beschikking dient te worden gepubliceerd. Voor de overige bepalingen zoals daar verzocht biedt de wet geen grondslag.
Nu de bewindvoerder heeft verzocht daarover wel een oordeel te geven overweegt de rechtbank als volgt.
De rechtbank stelt voorop dat gezien de aard van de onderhavige verzekeringen gedaan moet worden wat redelijkerwijs mogelijk is om alle polishouders te bereiken en dat de in de wet voorgeschreven publicatievoorschriften daarvoor niet zonder meer voldoende zijn. Met de berichten die de bewindvoerders in hun verzoek vermelden zullen naar verwachting de meeste polishouders worden bereikt. Zoals ter zitting besproken zullen de kopers van de gegevens van de verzekerden van IIC zich ook tot de verzekerden wenden om hen een aanbod te doen. In dat licht bezien lijkt naast de voorgenomen acties (twee maal een e-mail bericht en twee maal een SMS-bericht) een brief aan alle verzekerden (zoals door de AFM voorgesteld) niet noodzakelijk. De rechtbank beveelt de bewindvoerders aan slechts een brief te sturen aan die polishouders waarvan niet kan worden vastgesteld dat zij ten minste één van de e-mailberichten respectievelijk de SMS-berichten hebben ontvangen en geopend.
4. BESLISSING
De rechtbank:
4.1. verleent aan de bewindvoerders bijzondere machtiging tot verkorting van de duur van de door IIC als verzekeraar gesloten verzekeringsovereenkomsten, zoals bedoeld in artikel 3:195 lid 1 sub b Wft Pro;
4.2. bepaalt dat de publicatie van de onder 4.1 genoemde beschikking zal plaatsvinden door de bewindvoerders op de wijze als bepaald in artikel 3:195 lid 2 jo Pro 3:162 lid 5 Wft in de navolgende dagbladen:
voor Nederland:
• De Telegraaf;
• NRC Handelsblad;
voor Frankrijk:
• Le Monde;
• Le Figaro;
voor Duitsland:
• Frankfurter Allgemeine;
• Handelsblatt;
voor Spanje:
• El País;
• Expansión;
voor Engeland:
• Financial Times;
• The Daily Telegraph;
- wijst af het meer of anders verzochte;
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Gewezen door mrs. R.H.C. Jongeneel, A.A.E. Dorsman en C.S. Schoorl, en uitgesproken in het openbaar, in tegenwoordigheid van J. Kunst als griffier:
- op 4 augustus 2010 te 10.30 uur: de beslissing onder 4.1,
- op 5 augustus 2010 te 15.00 uur: de beslissing onder 4.2.