ECLI:NL:RBAMS:2010:BN3578
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens schuldheling bij belening horloges door Stadsbank
Op 19 september 2008 gaf de vennootschap onder firma [A] Watches vier dure horloges mee aan [B], die deze later bij de Stadsbank van Lening beleende. [A] stelde dat [B] niet beschikkingsbevoegd was en dat de Stadsbank onrechtmatig had gehandeld door onvoldoende onderzoek te doen naar de herkomst van de horloges, wat leidde tot een vordering wegens schuldheling en onrechtmatige daad.
De rechtbank oordeelde dat het in het midden kon blijven of [B] beschikkingsbevoegd was en of de Stadsbank te goeder trouw was, omdat de Stadsbank bescherming geniet op grond van artikel 11 van Pro de Pandhuiswet. Deze bescherming geldt ook als de bank niet te goeder trouw is, tenzij bijzondere omstandigheden op grond van redelijkheid en billijkheid dit beperken, wat hier niet het geval was.
De Stadsbank had de identiteit van [B] vastgesteld en hij had aankoopbewijzen, garantiebewijzen en opbergdozen overhandigd. De rechtbank vond dat de Stadsbank niet hoefde te vermoeden dat de horloges uit misdrijf afkomstig waren en dat zij niet onrechtmatig had gehandeld door geen nader onderzoek te doen.
De vorderingen van [A] werden daarom afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten van de Stadsbank. De uitspraak bevestigt de ruime bescherming die de Pandhuiswet biedt aan banken van lening bij belening van roerende zaken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van [A] af en veroordeelt haar in de proceskosten van de Stadsbank.