ECLI:NL:RBAMS:2010:BN3596
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens niet tijdig protest bij beleggingsverlies
Eisers, drie erfgenamen die via [D&E] B.V. vermogen beheerden, stelden dat de beheerder onzorgvuldig had gehandeld en schade had veroorzaakt door onder meer churning en het ontbreken van een optieovereenkomst. De rechtbank oordeelde dat de vorderingen niet ontvankelijk zijn omdat eisers niet binnen bekwame tijd hebben geprotesteerd tegen het vermeende gebrek in de prestatie, zoals vereist onder artikel 6:89 BW Pro.
De rechtbank maakte onderscheid tussen eiser [A], die al in 2003 klachten uitte, en [B] en [C], die pas in 2005 via een derde partij werden geïnformeerd over mogelijke aansprakelijkheid. Geen van hen heeft tijdig geprotesteerd, waardoor zij hun rechten hebben verloren. De rechtbank vond dat de inhoudelijke beoordeling van de vermeende tekortkomingen achterwege kon blijven.
De vorderingen tot schadevergoeding en verklaring van onrechtmatig handelen werden afgewezen en eisers werden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door mr. S.P. Pompe en op 19 mei 2010 uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens het niet tijdig protesteren tegen het vermeende gebrek in de prestatie.