ECLI:NL:RBAMS:2010:BN4970
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. Biller
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing overleveringsdetentie wegens rechtmatige detentietitel
De rechtbank Amsterdam behandelde op 5 augustus 2010 het verzoek tot opheffing van de overleveringsdetentie van een opgeëiste persoon uit Albanië, die gedetineerd was in het Huis van Bewaring te Hoorn. De verzoeker stelde dat de detentie onrechtmatig was vanwege het niet in acht nemen van de eis dat hij voorafgaand aan de inverzekeringstelling gehoord moest worden en dat een rechtmatige inverzekeringstelling voorafgaand aan het bevel bewaring ontbrak.
Tijdens de raadkamerzitting werden de officier van justitie, de opgeëiste persoon en zijn advocaat gehoord. De officier van justitie voerde aan dat de rechter-commissaris de vereisten van de Overleveringswet had getoetst en dat deze toetsing ook zonder voorafgaande inverzekeringstelling kon plaatsvinden. Zelfs als de inverzekeringstelling onrechtmatig was geweest, had de officier van justitie de mogelijkheid om de opgeëiste persoon opnieuw aan te houden, waardoor de gevolgen van een onrechtmatige inverzekeringstelling nihil zouden zijn.
De rechtbank oordeelde dat de huidige detentietitel rechtmatig was, mede omdat de Overleveringswet geen consequenties verbindt aan het niet horen van de opgeëiste persoon voorafgaand aan de inverzekeringstelling. Tevens vond de rechtbank geen steun voor de stelling dat een rechtmatige inverzekeringstelling voorafgaand aan het bevel bewaring vereist is. De feitelijke titel voor de detentie lag in het bevel van de officier van justitie tot omzetting van voorlopige aanhouding in aanhouding. Daarom werd het verzoek tot opheffing van de overleveringsdetentie afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de overleveringsdetentie wordt afgewezen omdat de huidige detentietitel rechtmatig is.