ECLI:NL:RBAMS:2010:BN4970

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
5 augustus 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
13.706218-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • L. Biller
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 lid 3 OLW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek opheffing overleveringsdetentie wegens rechtmatige detentietitel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 5 augustus 2010 het verzoek tot opheffing van de overleveringsdetentie van een opgeëiste persoon uit Albanië, die gedetineerd was in het Huis van Bewaring te Hoorn. De verzoeker stelde dat de detentie onrechtmatig was vanwege het niet in acht nemen van de eis dat hij voorafgaand aan de inverzekeringstelling gehoord moest worden en dat een rechtmatige inverzekeringstelling voorafgaand aan het bevel bewaring ontbrak.

Tijdens de raadkamerzitting werden de officier van justitie, de opgeëiste persoon en zijn advocaat gehoord. De officier van justitie voerde aan dat de rechter-commissaris de vereisten van de Overleveringswet had getoetst en dat deze toetsing ook zonder voorafgaande inverzekeringstelling kon plaatsvinden. Zelfs als de inverzekeringstelling onrechtmatig was geweest, had de officier van justitie de mogelijkheid om de opgeëiste persoon opnieuw aan te houden, waardoor de gevolgen van een onrechtmatige inverzekeringstelling nihil zouden zijn.

De rechtbank oordeelde dat de huidige detentietitel rechtmatig was, mede omdat de Overleveringswet geen consequenties verbindt aan het niet horen van de opgeëiste persoon voorafgaand aan de inverzekeringstelling. Tevens vond de rechtbank geen steun voor de stelling dat een rechtmatige inverzekeringstelling voorafgaand aan het bevel bewaring vereist is. De feitelijke titel voor de detentie lag in het bevel van de officier van justitie tot omzetting van voorlopige aanhouding in aanhouding. Daarom werd het verzoek tot opheffing van de overleveringsdetentie afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de overleveringsdetentie wordt afgewezen omdat de huidige detentietitel rechtmatig is.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13.706218-10
BESLISSING
De raadkamer van deze rechtbank heeft kennis genomen van het op 23 juli 2010 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoek tot opheffing van de overleveringsdetentie uit hoofde van de Overleveringswet (OLW) van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] ( Albanië ) op [geboortedatum] 1966,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
thans gedetineerd in het Huis van Bewaring “ Zwaag” te Hoorn.
De rechtbank heeft acht geslagen op het dossier, waaronder de stukken die op de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon betrekking hebben.
Gelet op de behandeling in raadkamer op 05 augustus 2010 waar zijn gehoord de officier van justitie, de opgeëiste persoon en zijn raadsvrouw, mr. M. Mulder, advocaat te Amsterdam.
De raadsvrouw heeft het verzoekschrift toegelicht.
De officier van justitie heeft zich verzet tegen inwilliging van het verzoek en heeft daartoe aangevoerd dat de rechter-commissaris getoetst heeft of voldaan is aan de vereisten die de Overleveringswet stelt om de opgeëiste persoon in bewaring te nemen, hetgeen het geval was. De rechter-commissaris kan dat ook ”rauwelijks” doen, zonder voorafgaande inverzekeringstelling. Zelfs indien de inverzekeringstelling onrechtmatig zou zijn geweest, dan het de rechter-commissaris vrijgestaan om bij een afweging van de belangen de opgeëiste persoon alsnog in bewaring te nemen. De gevolgen voor de opgeëiste persoon bij een onrechtmatige inverzekeringstelling zouden immers nihil zijn geweest, nu de officier op grond van de Overleveringswet de opgeëiste persoon op elk moment weer opnieuw had kunnen aanhouden en dat ook gedaan zou hebben. De regel van ne bis in idem is niet van toepassing in overleveringszaken.
De rechtbank overweegt het volgende.
De rechtbank zal het verzoek tot opheffing van de overleveringsdetentie afwijzen, nu naar haar oordeel de huidige detentietitel rechtmatig is. In het midden kan blijven of de opgeëiste persoon de Nederlandse taal machtig is. De overleveringswet verbindt immers geen gevolgen aan het eventueel niet in acht nemen van de eis van artikel 17 lid 3 OLW Pro dat de opgeëiste persoon gehoord moet worden voorafgaand aan de inverzekeringstelling. Voorts vindt de stelling dat aan een bevel bewaring uit hoofde van de OLW een rechtmatige inverzekeringstelling vooraf moet gaan geen steun in de OLW. Ten slotte geldt dat de titel voor de huidige detentie van de opgeëiste persoon niet meer gelegen is in de aanvankelijke inverzekeringstelling of het bevel bewaring van rechter-commissaris maar in het bevel van de officier van justitie van 27 juli 2010 tot omzetting van de voorlopige aanhouding in aanhouding.
BESLISSING:
Wijst af het verzoek tot opheffing van de overleveringsdetentie van [opgeëiste persoon] voornoemd.
Deze beslissing is genomen op 05 augustus 2010 door:
mr.L. Biller, rechter,
in tegenwoordigheid van M.S.Schenker , griffier.