ECLI:NL:RBAMS:2010:BN5649
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- L. Biller
- J.J. Bade
- A.J. Dondorp
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid en strafoplegging bij tenuitvoerlegging buitenlandse drugssmokkelstraf
De rechtbank Amsterdam behandelde op 20 juli 2010 een vordering tot verlof voor tenuitvoerlegging in Nederland van een Belgische straf van 40 maanden gevangenisstraf opgelegd aan de veroordeelde wegens het smokkelen van circa 1115 gram cocaïne. De veroordeelde, van Nederlandse nationaliteit, was op 1 juli 2010 overgebracht naar Nederland en in bewaring gesteld.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 36 maanden, gebaseerd op de aard van het feit, persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde en nieuw departementaal beleid gericht op resocialisatie. De raadsman betoogde dat deze eis buitenproportioneel was en pleitte voor een lagere straf volgens de richtlijnen voor 'pakezels'.
De rechtbank oordeelde dat de strafoplegging zich dient te richten naar de LOVS-oriëntatiepunten, verhoogd met twee treden vanwege buitenlandse gevoeligheden, en wees de eis van de officier van justitie af. De straf werd vastgesteld op 24 maanden gevangenisstraf, waarbij rekening werd gehouden met de reeds doorgebrachte tijd in voorlopige hechtenis en detentie in België en Nederland.
De rechtbank verklaarde de tenuitvoerlegging van het Belgische vonnis toelaatbaar en verleende verlof tot uitvoering in Nederland. De opgelegde straf is lager dan de Belgische en hoger dan gebruikelijk in Nederland, passend bij de omstandigheden van het feit en de persoon van de veroordeelde.
Uitkomst: Verlof verleend tot tenuitvoerlegging van de Belgische gevangenisstraf en oplegging van een Nederlandse gevangenisstraf van 24 maanden.