ECLI:NL:RBAMS:2010:BN5840
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete wegens overschrijding redelijke termijn en matiging boete arbeid vreemdelingen
Eiser kreeg een bestuurlijke boete van €4000 opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2 van Pro de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Na bezwaar en beroep werd de boete door eerdere uitspraken al gematigd tot €2000.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond en verwees de zaak terug naar de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat de redelijke termijn van twee jaar voor het doen van uitspraak ruimschoots was overschreden, omdat de boetekennisgeving dateerde uit augustus 2005 en de uitspraak pas in juni 2010 volgde.
Gezien de overschrijding van meer dan twaalf maanden paste de rechtbank een aanvullende boetevermindering van 20% toe. Tevens werd bevestigd dat de eerdere matiging van 50% passend was gelet op de aard van de werkzaamheden en de ernst van de overtreding. De boete werd uiteindelijk vastgesteld op €1600.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder in de proceskosten en griffierecht. Hiermee werd de finale geschilbeslechting bereikt in deze bestuursrechtelijke procedure.
Uitkomst: De rechtbank vermindert de bestuurlijke boete tot €1600 wegens overschrijding van de redelijke termijn en matiging passend bij de aard van de overtreding.