ECLI:NL:RBAMS:2010:BN9656
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Verzoek om duplicaten van toonderaandelen afgewezen wegens onvoldoende bewijs aandeelhouderschap
De zaak betreft een verzoek van [B] om duplicaten van verloren gegane toonderaandelen van N.V. Bronwaterleiding Doorn te verkrijgen. De aandelen waren oorspronkelijk aan toonder, maar werden in 2002 op naam gesteld. [B] stelde aandeelhouder te zijn en deed aangifte van vermissing van de aandeelbewijzen. Hij verzocht de vennootschap om duplicaten conform artikel 2:86d BW.
De gemeente Utrechtse Heuvelrug en [A], als mede-aandeelhouders, kwamen tijdig in verzet tegen het verzoek. Zij betwistten het aandeelhouderschap van [B] gemotiveerd en stelden dat hij zijn eigendom onvoldoende had onderbouwd. De rechtbank oordeelde dat ook andere aandeelhouders belanghebbenden zijn in de zin van artikel 2:86d lid 4 BW en dat [B] zijn stelling voldoende moet toelichten en bewijzen.
De rechtbank constateerde dat [B] geen overtuigend bewijs leverde van zijn aandeelhouderschap. De transacties met voorgaande houders [D] en [E] waren vaag en onbewezen, de administratie van [B] was chaotisch, en er waren tegenstrijdigheden over de locatie en het bezit van de aandelen. Ook de aanwezigheid van twintig aandelen in een kluis bij een Luxemburgse bank ondermijnde zijn geloofwaardigheid.
De rechtbank verklaarde het verzet van de gemeente en [A] gegrond, wees het verzoek van [B] af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.
Uitkomst: Het verzet van de gemeente en [A] tegen het verzoek van [B] om duplicaten van toonderaandelen werd gegrond verklaard en het verzoek afgewezen.