ECLI:NL:RBAMS:2010:BO0390
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding maatschap en verdeling praktijkpand met overbedeling en liquidatieverplichting
De broers [A] en [B] oefenden sinds 2000 een tandartspraktijk uit in een maatschap zonder schriftelijke overeenkomst, gebruikmakend van een gezamenlijk praktijkpand met twee appartementsrechten. Door samenwerkingsproblemen vorderde [A] ontbinding van de maatschap en een verdeling van het praktijkpand waarbij ieder een appartementsrecht zou krijgen. [B] verzette zich tegen een bouwkundige splitsing vanwege hoge kosten en voorkeur voor toedeling van het gehele pand aan hem.
De rechtbank oordeelde dat de maatschap ontbonden wordt per datum vonnis. Voor de verdeling is artikel 3:185 BW Pro van toepassing, waarbij rekening wordt gehouden met belangen van partijen en het algemeen belang. Gezien de hoge kosten van splitsing en het feit dat [A] reeds een andere praktijkruimte bezit, werd het gehele praktijkpand aan [B] toegewezen. Ter compensatie van de overbedeling moet [B] aan [A] een extra vergoeding van € 55.000 bovenop de helft van de marktwaarde betalen.
Verder werd [B] veroordeeld tot medewerking aan de liquidatie van de maatschap door middel van een eindafrekening opgesteld door de maatschapsaccountant. Proceskosten werden gecompenseerd gezien de familiebetrekking. Het vonnis werd niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard voor de toedeling en liquidatieverplichting.
Uitkomst: De maatschap wordt ontbonden, het praktijkpand wordt aan één vennoot toegewezen met een overbedelingsvergoeding aan de ander, en medewerking aan liquidatie wordt opgelegd.