ECLI:NL:RBAMS:2010:BO2888
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering Ierse voortvluchtige aan Verenigd Koninkrijk voor strafuitvoering
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering van de officier van justitie tot overlevering van een Ierse voortvluchtige aan het Verenigd Koninkrijk op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Judge of the Chester Magistrates Court. Het EAB betreft de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van zeven jaar, waarvan nog een restant van drie jaar en 38 dagen resteert. De opgeëiste persoon heeft afstand gedaan van zijn recht om gehoord te worden.
De rechtbank heeft het specialiteitbeginsel onderzocht en het verweer van de verdediging verworpen dat sprake zou zijn van een strafverzwaring die niet in het EAB is vermeld. De rechtbank oordeelde dat de strafrestant en de aard van het feit voldoende duidelijk zijn en dat de overlevering daarom toelaatbaar is. Tevens werd beoordeeld dat Nederland geen rechtsmacht heeft en dat de feiten niet verjaard zijn.
De verdediging voerde aan dat de aanvullende informatie over de pleegplaats onvoldoende was, maar de rechtbank achtte de verstrekte informatie, ook via de liaison-officier van de Britse autoriteiten, toereikend. De rechtbank wees echter het verzoek van de officier van justitie af om inbeslaggenomen mobiele telefoons over te dragen aan de Britse autoriteiten, omdat deze geen strafvorderlijk belang meer dienden.
De rechtbank besloot de overlevering van de opgeëiste persoon toe te staan en de overdracht van de inbeslaggenomen voorwerpen te weigeren. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan het Verenigd Koninkrijk toe en wijst de overdracht van inbeslaggenomen mobiele telefoons af.