ECLI:NL:RBAMS:2010:BO6681
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- T.P.J. de Graaf
- Rechtspraak.nl
Huisverbod wegens ernstig en onmiddellijk gevaar door huiselijk geweld
De rechtbank Amsterdam behandelde het beroep van een man tegen het door de burgemeester opgelegde tijdelijk huisverbod. Dit huisverbod werd opgelegd omdat de man een ernstig en onmiddellijk gevaar vormde voor zijn vrouw en minderjarige kinderen door herhaaldelijk huiselijk geweld, waaronder een incident in België en eerdere mishandelingen. De man betwistte de feiten en voerde aan dat het besluit uitsluitend gebaseerd was op de verklaringen van zijn vrouw, die volgens hem een geestelijke stoornis heeft.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de situatie tussen de man en vrouw escalerend was en dat de kinderen hieronder leden. Ook al ontkende de man het geweld, de verklaringen van de vrouw en de politieconstatering van fysieke sporen bij vrouw en kind maakten het aannemelijk dat er sprake was van een ernstig gevaar. De man had een aanbod gedaan om hulpverlening te accepteren, maar deze was nog niet gestart, waardoor het gevaar niet was weggenomen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester op goede gronden bevoegd was het huisverbod op te leggen en dat de belangenafweging tussen de veiligheid van vrouw en kinderen en het belang van de man om in de woning te verblijven, in redelijkheid was gemaakt. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd verworpen omdat beperkingen op het recht op gezinsleven onder omstandigheden zijn toegestaan. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het tijdelijk huisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.