ECLI:NL:RBAMS:2010:BO6856
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning WAO-uitkering wegens onduidelijke medische situatie per einde wachttijd
Eiser heeft sinds 6 juli 1993 geen WAO-uitkering ontvangen. Het UWV weigerde aanvankelijk de uitkering toe te kennen, omdat onvoldoende medische gegevens beschikbaar waren om de mate van arbeidsongeschiktheid vast te stellen. De rechtbank heeft eerder beslissingen van het UWV vernietigd wegens deze onduidelijkheid.
In deze procedure is gebleken dat de medische situatie van eiser per einde wachttijd nog steeds onvoldoende duidelijk is, mede door onduidelijke schriftelijke verklaringen van de behandelend arts in Marokko. De rechtbank oordeelt dat de onzekerheid niet voor rekening van eiser mag komen, zeker omdat eiser de wachttijd heeft vervuld en het UWV geen tijdige beoordeling heeft verricht.
Op grond van artikel 34, tweede lid, van de oude WAO dient het UWV bij twijfel een WAO-uitkering toe te kennen in een mate van 80 tot 100%. De rechtbank draagt het UWV op een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze overwegingen, en wijst het griffierecht en proceskosten toe aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt vernietigd, met opdracht tot toekenning van een WAO-uitkering van 80 tot 100%.