ECLI:NL:RBAMS:2010:BO6859
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren
Verzoeker ontvangt sinds september 2009 een bijstandsuitkering die in juni 2010 is omgezet in een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ). Verweerder heeft de inkomensvoorziening per 2 juli 2010 ingetrokken wegens vermeende schending van de medewerkingsverplichting. Verzoeker betwist dit en vraagt om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter constateert sterke aanwijzingen dat verzoeker wel degelijk woonachtig is op het opgegeven adres, zoals sleutelbezit, inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie, ontvangst van post en een verklaring van een buurman. Verweerder heeft echter niet voldoende gelegenheid gegeven aan verzoeker om zijn woonplaats te bewijzen, bijvoorbeeld door het tonen van de inhoud van de box waarin hij zou slapen.
De rechter oordeelt dat het besluit tot intrekking niet met de vereiste zorgvuldigheid is genomen. Tevens wordt opgemerkt dat de wettelijke grondslag voor intrekking wegens schending van de medewerkingsplicht in de WIJ onduidelijk is. Daarom wordt het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen en wordt verweerder opgedragen voorschotten te verstrekken en de proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt toegewezen en verweerder moet voorschotten verstrekken en proceskosten vergoeden.