ECLI:NL:RBAMS:2010:BO6957
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongerechtvaardigd onderscheid naar nationaliteit bij AOW-verzekering zeevarenden
Eiser, een Oostenrijkse zeevarende die in de jaren zestig voor een Nederlandse rederij werkte, werd uitgesloten van AOW-verzekering vanwege zijn nationaliteit. Verweerder beriep zich op het Koninklijk Besluit dat onderscheid maakte tussen Nederlanders en vreemdelingen, met als doel knipperlichtverzekeringen bij Nederlandse zeevarenden te voorkomen.
De rechtbank oordeelde dat dit onderscheid in het heden geen objectieve rechtvaardiging meer heeft, mede gelet op jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Centrale Raad van Beroep. De uitsluiting leidt tot een ongerechtvaardigde discriminatie in strijd met artikel 14 EVRM Pro in samenhang met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen waarbij eiser als verzekerd moet worden aangemerkt. De rechtbank wees tevens proceskosten toe aan eiser en bepaalde dat het griffierecht werd vergoed.
De uitspraak volgt op een eerdere tussenuitspraak en is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens ongerechtvaardigd onderscheid naar nationaliteit.