ECLI:NL:RBAMS:2010:BO7714
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering overlevering wegens onvoldoende verzetgarantie bij verstekvonnis Roemenië
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een persoon aan Roemenië op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat verband hield met een verstekvonnis uit 2002. De opgeëiste persoon was niet persoonlijk gedagvaard en het vonnis was bij verstek gewezen. De rechtbank stelde vast dat op grond van artikel 12 van Pro de Overleveringswet (OLW) overlevering in beginsel geweigerd moet worden wanneer het vonnis bij verstek is gewezen, tenzij de uitvaardigende justitiële autoriteit een ondubbelzinnige verzetgarantie verstrekt.
De uitvaardigende autoriteit gaf aan dat de veroordeelde het recht heeft om een nieuw proces aan te vragen, maar dit is afhankelijk van een voorafgaande toetsing door een rechter. Hierdoor is niet gegarandeerd dat de opgeëiste persoon daadwerkelijk een nieuw proces zal krijgen na overlevering. De rechtbank oordeelde dat deze voorwaarde niet voldoet aan de vereisten van artikel 12 OLW Pro en dat de verzetgarantie onvoldoende is.
Op grond hiervan weigerde de rechtbank de overlevering van de opgeëiste persoon aan Roemenië. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open. De beslissing is genomen in aanwezigheid van de officier van justitie, de opgeëiste persoon met tolk, en zijn raadsman.
Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering wegens onvoldoende verzetgarantie bij verstekvonnis.