ECLI:NL:RBAMS:2010:BO7875
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.W. Bianchi
- L. Biller
- J.L. De Vries
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering aan Polen ondanks verweer persoonsverwisseling en onevenredigheid
De rechtbank Amsterdam behandelde op 26 oktober 2010 een vordering tot overlevering van een Poolse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de District Court in Lublin, Polen. De verdachte werd verdacht van medeplegen van mishandeling. De procedure vond plaats in aanwezigheid van de verdachte, zijn raadsvrouw en een Poolse tolk.
De verdediging voerde aan dat sprake was van persoonsverwisseling, omdat de verdachte opvallende tatoeages heeft die niet in het EAB werden vermeld, en dat hij onschuldig is. De rechtbank verwierp dit verweer, omdat de identiteit van de verdachte volgens het EAB en zijn eigen verklaring overeenkomt en de beoordeling van schuld niet in deze procedure aan de orde is. Ook het ontbreken van het e-mailadres van de uitvaardigende justitiële autoriteit in het EAB werd niet als reden gezien om de overlevering te weigeren.
Daarnaast stelde de verdediging dat de overlevering onevenredig zwaar zou zijn vanwege het opgebouwde leven van de verdachte in Nederland, zijn gezinssituatie en het verlies van baan en woning. De rechtbank oordeelde dat het feit voldoet aan de minimumeisen van de Overleveringswet en dat geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd die de overlevering onevenredig maken.
De rechtbank besloot daarom de overlevering toe te staan en wees op het ontbreken van een rechtsmiddel tegen deze uitspraak. De zaak illustreert de strikte toetsing van de Nederlandse rechter aan de formele en materiële voorwaarden van de Overleveringswet bij verzoeken tot uitlevering binnen de EU.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe ondanks verweren van persoonsverwisseling en onevenredigheid.