ECLI:NL:RBAMS:2010:BO7922
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.W. Bianchi
- J.W. Vriethoff
- W.M. van Benthem
- Rechtspraak.nl
Toestemming voor doorlevering opgeëiste persoon aan België niet vereist bij beoordeling overlevering
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering van een persoon aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank van Eerste Aanleg te Tongeren. De opgeëiste persoon was reeds op 2 december 2009 door Duitsland aan Nederland overgeleverd voor een andere zaak. De feiten waarvoor België overlevering verzocht, waren gepleegd vóór deze eerdere overlevering.
De rechtbank constateerde dat noch de Duitse autoriteiten toestemming hadden gegeven voor doorlevering aan België, noch dat de opgeëiste persoon hiermee had ingestemd. Volgens het Kaderbesluit betreffende het Europees aanhoudingsbevel is deze toestemming noodzakelijk om het specialiteitsbeginsel te doorbreken. De officier van justitie stelde echter dat het ontbreken van deze toestemming weliswaar een beletsel vormt voor feitelijke overlevering, maar niet voor de toelaatbaarheid van het overleveringsverzoek door de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de beoordeling van de handhaving van het specialiteitsbeginsel en eventuele beletselen voor feitelijke overlevering aan de officier van justitie toekomt. De Overleveringswet (OLW) kent een gesloten stelsel van weigeringsgronden en voorziet niet in een expliciete weigeringsgrond voor het ontbreken van toestemming of instemming voor doorlevering. Daarom werd de overlevering aan België toegestaan.
De uitspraak is definitief en tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan België toe ondanks het ontbreken van toestemming van Duitsland en de opgeëiste persoon voor doorlevering.