ECLI:NL:RBAMS:2010:BO8164
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.I. Heyning
- G.S. Crince Le Roy
- J.A.H.M. Jansen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en geen strafoplegging wegens overschrijding redelijke termijn bij feitelijke aanranding minderjarige
De rechtbank Amsterdam behandelde een strafzaak tegen een minderjarige verdachte die werd verdacht van feitelijke aanranding van zes collega’s in een supermarkt. De tenlastelegging betrof het betasten en vastpakken van collega’s in de periode april 2006 tot januari 2007.
De rechtbank stelde vast dat het openbaar ministerie ontvankelijk was ondanks een overschrijding van de redelijke termijn van ruim 29 maanden, conform jurisprudentie van de Hoge Raad. Van de zes feiten werd slechts één bewezen verklaard, namelijk het betasten van een collega op 19 januari 2007. De overige vijf feiten werden vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs.
De bewezenverklaring werd gebaseerd op verklaringen van het slachtoffer, getuigen, en camerabeelden die de nabijheid van verdachte en slachtoffer bevestigden. Verdachte ontkende aanvankelijk, maar gaf later toe de collega bij haar zij te hebben gepakt en naar voren geduwd.
Hoewel het bewezen feit ernstig was en de verdachte minderjarig, werd geen straf opgelegd vanwege de aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn, die grotendeels te wijten was aan gebrek aan voortvarendheid van rechtbank en openbaar ministerie. De rechtbank volgde de Amsterdamse oriëntatiepunten straftoemeting jeugd, maar compenseerde de termijnoverschrijding door geen straf op te leggen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van vijf feiten, bewezenverklaard voor één feit, maar krijgt geen straf vanwege overschrijding redelijke termijn.