ECLI:NL:RBAMS:2010:BO8474
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onrechtmatige aanhouding en ontbreken vordering identiteitsbewijs
Op 6 februari 2009 werd verdachte in de metro op het Amstelstation te Amsterdam door surveillanten van politie aangesproken en gevraagd om zijn identiteitskaart te tonen. Verdachte weigerde zijn naam te geven en verklaarde geen identiteitskaart te hebben. De verbalisanten hebben verdachte aangehouden wegens overtreding van artikel 2 van Pro de Wet op de identificatieplicht.
De rechtbank stelde vast dat de verbalisanten weliswaar meerdere malen om de identiteitskaart hadden gevraagd, maar niet formeel de inzage daarvan hadden gevorderd. Volgens vaste rechtspraak is het enkel vragen niet gelijk aan een vordering, waardoor de verplichting voor verdachte om het identiteitsbewijs te tonen niet bestond. Hierdoor was de aanhouding onrechtmatig.
Omdat de aanhouding onrechtmatig was, konden de verbalisanten niet in de rechtmatige uitoefening van hun bediening zijn bij de daaropvolgende wederspannigheid. Verdachte werd daarom vrijgesproken van zowel het niet tonen van het identiteitsbewijs als van wederspannigheid. De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onrechtmatige aanhouding en het ontbreken van een vordering tot inzage van het identiteitsbewijs.