ECLI:NL:RBAMS:2010:BO8486
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.G. Bauduin
- G.M. van Dijk
- A.E.J.M. Gielen
- Rechtspraak.nl
Bijstandsfraude door onjuiste woonadresopgave en onrechtmatige huisbezoeken
De rechtbank Amsterdam behandelde een zaak waarin verdachte werd verdacht van bijstandsfraude door het niet doorgeven van het vertrek van haar dochter uit het uitkeringsadres en het verzwijgen van een gezamenlijke huishouding met een ander. De zaak betrof meerdere perioden, waarbij het openbaar ministerie niet-ontvankelijk werd verklaard voor het deel van de tenlastelegging dat betrekking had op de periode van 1 juli 2000 tot en met 30 september 2005 vanwege onrechtmatige huisbezoeken die zonder rechter-commissaris waren uitgevoerd.
De feiten betroffen onder meer dat verdachte vanaf 1 januari 2004 tot en met 31 mei 2008 een bijstandsuitkering ontving voor een eenoudergezin en dat haar dochter vanaf februari 2007 niet meer op het uitkeringsadres verbleef, terwijl verdachte dit niet had doorgegeven. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte opzettelijk de benodigde gegevens niet had verstrekt, wat leidde tot een onterechte uitkering.
De rechtbank oordeelde dat het bestuursorgaan eerder had erkend dat eerdere huisbezoeken onrechtmatig waren en dat het strafrechtelijk onderzoek op basis van die onrechtmatige feiten was voortgezet, wat een ernstig vormverzuim opleverde. Hierdoor werd het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard voor het deel van de tenlastelegging dat betrekking had op de periode tot september 2005.
De strafmaat werd vastgesteld op een taakstraf van 40 uur met een proeftijd van twee jaar, waarbij rekening werd gehouden met de ernst van de fraude, het nadeel voor de samenleving en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De rechtbank sprak verdachte vrij voor het deel van de tenlastelegging dat onvoldoende bewijs had.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 40 uur taakstraf met proeftijd, OM niet-ontvankelijk verklaard voor deel tenlastelegging wegens onrechtmatige huisbezoeken.