ECLI:NL:RBAMS:2010:BO8931
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Matiging van rentevordering wegens gedeeltelijke verjaring in executiegeschil
In deze zaak vordert eiser matiging van de door ABN Amro gevorderde rente op een vonnis van 3 juni 1992, waarbij hij veroordeeld werd tot betaling van een bedrag plus wettelijke rente vanaf 13 september 1991. Eiser stelt dat hij pas in 2009 op de hoogte is gesteld van het vonnis en betwist eerdere betekening en sommatiebrieven, waardoor hij een beroep doet op verjaring van de rente.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser geacht moet worden sinds het vonnis op de hoogte te zijn geweest, maar dat de rentevordering gedeeltelijk verjaard is volgens artikel 3:324 lid 3 BW Pro, dat een kortere verjaringstermijn van vijf jaar hanteert voor periodieke betalingen zoals rente. De periode tussen 23 augustus 2001 en 2 november 2009, waarin ABN Amro geen incassohandelingen verrichtte, leidt tot verjaring van de rente over die jaren.
Daarom wordt de rentevordering gematigd en is eiser slechts rente verschuldigd vanaf 2 november 2004. De voorzieningenrechter wijst het meer of anders gevorderde af en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rentevordering van ABN Amro wordt gematigd en eiser is slechts rente verschuldigd vanaf 2 november 2004.