ECLI:NL:RBAMS:2010:BO9124
Rechtbank Amsterdam
- Raadkamer
- I.M. Bilderbeek
- F.J. van de Poel
- J.J. Molenaar
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid inbeslagname schilderijen op grond van Belgisch rechtshulpverzoek en bevriezingsbevel
Op 8 december 2009 en 10 februari 2010 zijn op grond van een Belgisch bevriezingsbevel en een rechtshulpverzoek meerdere schilderijen, waaronder een Rembrandt, in beslag genomen onder verschillende vennootschappen. De inbeslagnemingen dienden ter bewaring van het recht van verhaal voor een geldboete of ontnemingsmaatregel ter zake van vermoedelijke fiscale fraude, witwassen en deelname aan een criminele organisatie.
Klager betoogde dat de inbeslagnames onrechtmatig waren vanwege het ontbreken van dubbele strafbaarheid, onvoldoende concrete verdenking en onjuiste toepassing van het bevriezingsbevel, onder meer omdat het Rembrandt-schilderij niet op de lijst van het bevel stond. De rechtbank oordeelde echter dat er voldoende concrete verdenking bestond van fiscale fraude en aanverwante strafbare feiten die ook in Nederland strafbaar zijn, zodat het vereiste van dubbele strafbaarheid was vervuld.
De rechtbank verwierp het verweer dat het beslag onrechtmatig was omdat het schilderij reeds bekend was en het SFO onterecht was ingesteld. Ook het argument dat ontneming niet mogelijk zou zijn wegens fiscale delicten werd verworpen, omdat witwassen als gronddelict voor ontneming geldt. De rechtbank concludeerde dat het openbaar ministerie terecht het bevriezingsbevel en het rechtshulpverzoek had erkend en uitgevoerd.
Het klaagschrift werd ongegrond verklaard en het beslag bleef gehandhaafd. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het klaagschrift tegen de inbeslagname van schilderijen wordt ongegrond verklaard en de beslagen worden gehandhaafd.