ECLI:NL:RBAMS:2010:BP0014
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen zorgplichtschending door bank jegens erfgenaam na beheer bankrekening executeur
De rechtbank Amsterdam behandelde een zaak waarin een erfgenaam, tevens executeur-testamentair, de bank Insinger de Beaufort aansprak wegens vermeende schending van haar zorgplicht jegens de erflater. De erfgenaam stelde dat de bank onrechtmatig handelde door niet te controleren of een derde, die bevoegd was over een bankrekening te beschikken, de gelden ten behoeve van de erflater aanwendde.
Feiten wezen uit dat tussen de erflater en de bank een leenovereenkomst en een depotovereenkomst waren gesloten, waarbij een derde als trustee optrad en een bankrekening beheerde waarop gelden en goudleningen waren gestort. Deze derde was bevoegd betalingen te verrichten vanaf de rekening. Na terugbetaling van de lening bleef de rekening op naam van de derde staan.
De erfgenaam vorderde schadevergoeding wegens ongeoorloofde betalingen door de derde, maar de rechtbank oordeelde dat de bank geen zorgplicht had om toezicht te houden op het beheer van de rekening na terugbetaling van de lening. Er was geen overeenkomst die een dergelijke zorgplicht oplegde, noch aanwijzingen dat de bank zich bewust was van een ander doel van de rekening.
De rechtbank wees de vorderingen af en veroordeelde de erfgenaam in de proceskosten. De bank had geen tekortkoming in haar zorgplicht jegens de erflater of diens nalatenschap begaan.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de erfgenaam af wegens ontbreken van zorgplichtschending door de bank.