ECLI:NL:RBAMS:2010:BP2139
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- T.P.J. de Graaf
- Rechtspraak.nl
Vernietiging huisverbod wegens ontbreken anders dan incidenteel verblijf in woning
De rechtbank Amsterdam behandelde een zaak waarin de burgemeester een tijdelijk huisverbod had opgelegd aan een man wegens vermeend huiselijk geweld. Het huisverbod verbood de man de woning te betreden en contact met de vrouw op te nemen.
De man voerde aan dat de vrouw slechts kortdurend bij hem verbleef en dat er geen sprake was van anders dan incidenteel verblijf zoals vereist volgens artikel 2 van Pro de Wet tijdelijk huisverbod (Wth). De rechtbank onderzocht de feiten en stelde vast dat de vrouw slechts een dag in de woning aanwezig was toen het huisverbod werd opgelegd en dat zij in het recente verleden niet met de man in de woning had verbleven.
De rechtbank concludeerde dat de gezamenlijke intentie van partijen niet was dat de vrouw anders dan incidenteel in de woning zou verblijven. Zij had een eigen woning in Canada en verbleef slechts tijdelijk in Nederland om een appartement te zoeken. Daarom was niet voldaan aan de voorwaarden van artikel 2 Wth Pro voor het opleggen van een huisverbod.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het huisverbod en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens veroordeelde zij de gemeente in de proceskosten van €1.311,-. De uitspraak werd direct na de zitting mondeling gedaan.
Uitkomst: Het huisverbod wordt vernietigd omdat niet is voldaan aan de voorwaarde van anders dan incidenteel verblijf.