ECLI:NL:RBAMS:2010:BP5142
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenvonnis over passendheid en risico van beleggingsbeleid pensioenportefeuille
In deze civiele zaak staat centraal of [B] Bankiers N.V. toerekenbaar tekort is geschoten in haar vermogensbeheer van de pensioenportefeuille van [A] Beheer B.V. vanaf 2004. [A] Beheer stelt dat de bank in strijd met de zorgplicht een te risicovol beleid voerde door over te stappen van traditionele obligaties naar risicovollere effecten zoals floating rate notes, steepeners en perpetuele obligaties, zonder de risico’s voldoende te waarschuwen.
De bank betwist dit en voert aan dat het beleid met instemming van [A] Beheer en diens adviseurs is aangepast vanwege de lage rente, dat de effecten hoofdsomgarantie bieden en kredietwaardig waren, en dat de verliezen het gevolg zijn van de mondiale kredietcrisis. Tevens beroept zij zich op overmacht en stelt dat [A] Beheer niet tijdig heeft geprotesteerd tegen het gewijzigde beleid.
De rechtbank oordeelt dat uit koersdalingen alleen niet volgt dat de bank tekort is geschoten, noch dat het beleid juist was. Het is relevant of een redelijk vakbekwaam vermogensbeheerder onder de gegeven omstandigheden het gewijzigde beleid redelijkerwijs kon voeren. Ook is van belang of [A] Beheer tijdig heeft geprotesteerd, wat de rechtbank ontkent voor het niet beleggen in strips van staatsobligaties en het beleggen in aandelen.
De kernvraag betreft de risico’s en rendementsverwachtingen van de specifieke effecten die vanaf medio 2004 zijn opgenomen. De rechtbank beschikt niet over de benodigde expertise en gelast een deskundigenbericht om deze risico’s en de passendheid van het beleid te beoordelen. De zaak wordt aangehouden voor nadere proceshandelingen na overleg over de deskundige en de vragen.
Uitkomst: De rechtbank gelast een deskundigenbericht en houdt verdere beslissing aan.