ECLI:NL:RBAMS:2010:BP5172
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Publicatie van portretfoto verdachte niet onrechtmatig geoordeeld
De zaak betreft een vordering van [A], verdachte van een ernstig geweldsmisdrijf, tegen Het Parool en haar hoofdredacteur [B] wegens onrechtmatige publicatie van zijn portretfoto. [A] stelde dat de publicatie van zijn foto in Het Parool en op de website zonder zijn toestemming inbreuk maakte op zijn portretrecht en persoonlijke levenssfeer.
De rechtbank overwoog dat de foto afkomstig was uit een eerder uitgezonden NPS-documentaire waaraan [A] zelf medewerking had verleend. De publicatie vond plaats in de context van een artikel over het geweldsmisdrijf waarvoor [A] werd vervolgd. De foto stond in direct verband met de inhoud van het artikel en illustreerde een passage over een litteken dat [A] had opgelopen.
De rechtbank stelde vast dat de openbaarmaking van de foto een uiting is in de zin van artikel 10 EVRM Pro en dat beperking van die vrijheid alleen is toegestaan indien noodzakelijk en proportioneel is ter bescherming van rechten van anderen. Gelet op de omstandigheden, waaronder de aard van het artikel, de eerdere openbaarmaking via de documentaire en het publieke belang, was de publicatie niet onrechtmatig.
De vorderingen van [A] werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van de vrijheid van meningsuiting en het publieke belang bij berichtgeving over strafzaken, ook als dat leidt tot publicatie van portretfoto's van verdachten.
Uitkomst: De rechtbank wees de vordering van [A] af en oordeelde dat de publicatie van zijn portretfoto niet onrechtmatig was.