ECLI:NL:RBAMS:2010:BP5496
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 3:194 lid 2 BW bij wettelijke verdeling nalatenschap met verzwegen vermogensbestanddelen
Deze civiele procedure betreft de nalatenschap van de moeder, waarbij de vader als langstlevende en executeur testamentair is benoemd. De moeder en vader waren gehuwd in gemeenschap van goederen. Bij testament is bepaald dat de nalatenschap overeenkomstig de wet wordt verdeeld, waarbij de vader alle goederen verkrijgt en de kinderen een geldvordering op de vader krijgen.
De kinderen stelden dat de vader bewust bepaalde vermogensbestanddelen, zoals banktegoeden in Luxemburg, grond op Madeira en gelden in een kluis, heeft verzwegen in de boedelbeschrijving. Zij vorderden onder meer dat de vader zijn aandeel in deze bestanddelen verbeurt op grond van artikel 3:194 lid 2 BW Pro. De rechtbank oordeelde dat dit artikel ook toepasselijk is op de wettelijke verdeling, ondanks dat dit niet expliciet in de wet staat, vanwege een omissie en het sanctiekarakter van het artikel.
De rechtbank stelde vast dat de vader de grond op Madeira en banktegoeden in Luxemburg had verzwegen en dat hij ook gelden in de kluis had verzwegen. De waarde van deze bestanddelen werd vastgesteld, waarbij de rechtbank uitging van de hogere waardering die de vader zelf eerder had gegeven. De kinderen hebben recht op betaling van 1/8 deel van de totale waarde van deze verzwegen vermogensbestanddelen.
Verder werd een deskundige benoemd om de boedelbeschrijving op te stellen en werd een comparitie van partijen bepaald om verdere geschilpunten te bespreken, zoals de waarde van aandelen, banktegoeden en andere posten. De rechtbank bepaalde ook dat partijen recht hebben op inzage in relevante stukken en informatie op grond van artikel 4:16 lid 4 BW Pro.
De procedure wordt voortgezet met een zitting voor het geven van inlichtingen en het beproeven van een minnelijke regeling. De uitspraak bevestigt het belang van volledige en juiste informatieverstrekking bij de verdeling van nalatenschappen en de sancties bij het verzwegen van vermogensbestanddelen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen toe en bepaalt dat de vader zijn aandeel in verzwegen vermogensbestanddelen verbeurt ten gunste van de kinderen.