2.16. Bij de voortgezette mondelinge behandeling van het onder 2.7 bedoelde kort geding op 7 januari 2008 heeft BAT zich bediend van een pleitnota waarin (behalve hetgeen reeds is vermeld onder 2.8 onder meer het volgende is opgenomen:
"6. De belangrijkste reden voor het falen van de onderhandelingen betreft de veel slechter dan verwachte financiële positie van Lekker, waardoor geen noemenswaardige schuldvermindering mogelijk is en waardoor Lekker kennelijk gedwongen is om onrealistische eisen te stellen omtrent aanpassing van de commerciële vergoedingen. De uitkomsten van de door Deloitte in opdracht van BAT en Lekker uitgevoerde analyse van de financiële positie van Lekker spreken voor zich. Feitelijk verkeert Lekker op de rand van faillissement.
7. Onder deze omstandigheden acht BAT het onverantwoord om via de weg van Final Offer Arbitration alsnog in een overeenkomst te worden gedwongen en moedermaatschappij BAT Plc. geeft daarvoor definitief geen toestemming. Verder is het naar de mening van BAT vanwege deze omstandigheden onverantwoord om een (niet door zekerheid gedekt) krediet van € 15 miljoen (het "Kredietplafond") te handhaven en zal zij ernaar streven om dit krediet fors terug te dringen, een en ander uiteraard binnen de grenzen van het juridisch toelaatbare.
8. Een en ander zal hierna door BAT worden toegelicht, maar voordat daartoe zal worden overgegaan zal eerst nader worden ingegaan om hetgeen gedurende de vrije onderhandelingsperiode tussen partijen is besproken.
VERLOOP VRIJE ONDERHANDELINGSPERIODE
9. In verband met de tussen partijen gemaakte afspraak om eerst gedurende een zogenaamde vrije onderhandelingsperiode te proberen om een (commerciële) deal te bereiken, is door BAT op 24 augustus 2007 via Deloitte aan Lekker haar eerste initiële voorstel toegezonden. (...)
10. Het voorstel is tussen partijen besproken tijdens de eerste (door Deloitte georganiseerde) workshop "Naar een 'sustainable business' voor beide partijen”, zoals deze op 11 september 2007 werd gehouden. (...)
11. Zoals uit die notulen van die eerste Workshop duidelijk blijkt, is door BAT aangegeven dat zij de intentie heeft om het risico te beperken door de kredietdagen tot nul te reduceren dan wel een garantie c.q. onderpand van Lekker te ontvangen ter waarde van de uitstaande vordering. Door Lekker is daarop aangegeven dat zij dat op dit moment evenwel niet kan dragen vanwege de lage marges.
12. Om niettemin uit te zoeken wat de financieringsmogelijkheden aan de zijde van Lekker zijn (de marges daarin meegenomen), is door partijen aan Deloitte gevraagd hieromtrent een voorstel uit te brengen.
13. In verband daarmee is vervolgens door Deloitte een analyse gemaakt van de financiële positie van Lekker, om op die manier te kunnen bekijken in welke mate het mogelijk zou zijn om de crediteurenpositie van Lekker tegenover BAT af te bouwen. De uitkomsten van die analyse is door Deloitte op 26 september 2007 met partijen besproken en neergelegd in een rapport. (...)
14. De conclusies van het rapport van Deloitte liegen er niet om. Zo concludeert Deloitte onder andere dat
(a) de operationele winstgevendheid van de onderneming slecht is;
(b) de marktvooruitzichten slecht zijn;
(c) Lekker niet voldoet aan de bank convenanten, waarmee de bank gemachtigd is de verstrekte leningen/zekerheden per direct op te zeggen;
(d) de verwachting is dat de kredietmarkt voor Lekker gesloten zal zijn, vanwege de slechte operationele winstgevendheid. de huidige balans en de historie van de onderneming;
(e) het onwaarschijnlijk is te veronderstellen dat de onderneming nieuw geld kan aantrekken van parijen die momenteel geen financiële banden met of vorderingen op Lekker hebben; en
(f) het terugbrengen van de kredietdagen naar nul is, althans op korte termijn, onrealistisch is.
15. Op basis van haar analyse concludeert Deloitte dat er eigenlijk maar drie scenario's zijn:
(a) Continuering van de status quo;
(b) Het aanvragen van een faillissement; dan wel
(c) Een ingrijpende organisatorische en financiële herstructurering.
Wanneer scenario (a) en (b) ongewenst zijn, zo meent Deloitte, resteert als enig nog te overwegen optie de mogelijkheid van een ingrijpende organisatorische en financiële herstructurering, hetgeen in het verleden eerder is geprobeerd, maar toen niet tot de operationele winstgevendheid heeft geleid die werd beoogd.
16. Als complicatie voor die oplossing noemt Deloitte overigens dat alle crediteuren en financiers bereid zullen moeten zijn om aan een dergelijke herstructurering mee te doen."