ECLI:NL:RBAMS:2010:BP6100
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid advocaat wegens niet informeren over gefinancierde rechtsbijstand bij inverzekeringstelling
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of advocaat [A] jegens cliënt [B] toerekenbaar tekort was geschoten door hem niet te informeren over zijn recht op gefinancierde rechtsbijstand vanaf het moment van zijn inverzekeringstelling op 20 mei 2008.
De rechtbank stelde vast dat [B] vanaf die datum inderdaad aanspraak kon maken op kosteloze rechtsbijstand en dat [A] hem daar niet op had gewezen, ondanks de verplichting uit gedragsregel 24 lid 1. De stelling van [A] dat [B] hiervan op de hoogte was of dat de hulpofficier hem hierover had geïnformeerd, werd onvoldoende onderbouwd en verworpen.
Verder werd geoordeeld dat indien [A] [B] wel had geïnformeerd, [B] zich direct tot een andere raadsman met toevoeging zou hebben gewend, waardoor hij de kosten van rechtsbijstand na inverzekeringstelling niet had hoeven maken. De rechtbank kwalificeerde deze kosten als schade die voortvloeit uit de toerekenbare tekortkoming van [A].
De vordering van [A] tot betaling van openstaande declaraties werd afgewezen vanwege verrekening met de schadevergoeding aan [B]. De rechtbank veroordeelde [A] tot betaling van een bedrag van EUR 13.345,57 aan [B] als schadevergoeding en legde proceskostenveroordelingen op aan [A].
Uitkomst: Advocaat is toerekenbaar tekortgeschoten door cliënt niet te informeren over recht op gefinancierde rechtsbijstand en moet EUR 13.345,57 schadevergoeding betalen.